Biomassa in kolencentrales sluit niet aan bij gewenst biomassabeleid

Minister Wiebes van Economische Zaken & Klimaat heeft, naar aanleiding van vragen uit de Tweede Kamer, in een brief en in de Kamer toelichting gegeven op het kabinetsbeleid ten aanzien van biomassa. Duurzame biomassa is volgens de minister onmisbaar voor de klimaatopgave, de vraag is vooral hoe dit zo effectief en verantwoord mogelijk kan worden ingezet.

Biomassa

De minister werd meermaals om een reactie gevraagd na een toename van kritiek op biomassa gedurende de afgelopen maanden. Met name bij de verbranding van biomassa voor energieopwekking werden vraagtekens geplaatst. Volgende maand wordt naar verwachting een beslissing genomen in de Eerste Kamer over de invoering van een kolenverbod. De aanname van het kabinet is dat de drie recentste kolencentrales na invoering van dit verbod over kunnen stappen naar het verstoken van biomassa, zodat sluiting van de centrales niet noodzakelijk is. Er zijn kanttekeningen te plaatsen of dit valt onder de door de minister genoemde efficiënte en verantwoorde manier om van het beperkte aanbod duurzame biomassa gebruik te maken. Daarnaast is het zeer onwaarschijnlijk dat deze toepassing van biomassa zonder subsidies tot stand kan komen, en zijn grote investeringen hierin ook vanwege het negatieve maatschappelijke beeld zeer onaantrekkelijk.

Moties en protesten

De discussie over de duurzaamheid van biomassa is niet nieuw. Met name op het verbranden van houtige biomassa voor energieopwekking bestaat veel kritiek. In de afgelopen maanden nam de aandacht hiervoor opnieuw toe, mede naar aanleiding van een artikel door wetenschappers van het European Academies Science Advisory Council. Zij wezen er onder andere op dat men bij het aanmerken van houtige biomassa als duurzaam extra rekening moet houden met de duur van de heropnametijd van CO2, die bijvoorbeeld verschilt tussen resthout en extra gekapte bomen. Grootschalige vervanging van kolen door biomassa vergroot het risico op extra bomenkap, waarbij een langdurige koolstofschuld ontstaat. Dit onderwerp kwam bij vrijwel alle grote nieuwsmedia aan bod.

De maatschappelijke houding ten opzichte van biomassa werd hiermee nog sceptischer. Vattenfall heeft na hevige protesten van omwonenden in Diemen besloten, na opening van de biomassacentrale aldaar, geen soortgelijke centrales meer te bouwen. Plannen van Engie voor een biomassacentrale in Nijmegen werden na weerstand in de gemeenteraad afgeblazen. Men vreest voor de schadelijke effecten voor de luchtkwaliteit, die in vergelijking met fossiele brandstoffen in bepaalde gevallen groter zijn.

Ook in de politiek zijn steeds meer signalen dat men het verbranden van voornamelijk buitenlands hout voor energieopwekking afkeurt. Een motie in de Eerste Kamer om de biomassa bijstooksubsidies per direct in te trekken werd onlangs met grote meerderheid aangenomen. Hoewel intrekking juridisch niet mogelijk is, is het wel een duidelijke aanwijzing voor de politieke opinie. Onlangs liet Tweede Kamerlid Matthijs Sienot (D66) bij BNR weten dat hij zelfs liever aardgas dan biomassa gebruikt voor energieopwekking, ondanks de algemene opgave van het gas los te gaan.

Effectieve en verantwoorde inzet van gelimiteerd aanbod duurzame biomassa

De negatieve maatschappelijke houding zorgt ervoor dat in de berichtgeving over biomassa soms nuances missen. Onderzoeksbureau DNV GL voelde zich bijvoorbeeld genoodzaakt te reageren op de manier waarop het AD hun onderzoeksresultaten over emissies had geïnterpreteerd. Veel experts zijn het er over eens dat biomassa een onmisbaar onderdeel is van de energietransitie, getuige ook de brede rol die eraan wordt toegekend in het Klimaatakkoord. Voorwaarde daarbij is wel dat het daadwerkelijk duurzame biomassa betreft, wat in de praktijk betekent dat het vooral biomassa-afval moet zijn, dat niet speciaal voor energieopwekking is geproduceerd.

Om op zoveel mogelijk gebieden die in het Klimaatakkoord worden genoemd gebruik te kunnen maken van het gelimiteerde aanbod van biomassa die aan de strenge duurzaamheidseisen voldoet, moeten er keuzes gemaakt worden op basis van noodzaak en efficiëntie. Naar verwachting groeit het aanbod elektriciteit uit wind en zon de komende jaren zo fors, dat in 2030 het merendeel van de elektriciteit met deze middelen wordt opgewekt. Gebruik van schaarse duurzame biomassa voor grootschalige elektriciteitsopwekking in kolencentrales lijkt daarmee logischerwijs onderaan de prioriteiten te staan. Het kan dan beter ingezet worden waar minder of geen duurzame alternatieven voorhanden zijn. Minister Wiebes onderschrijft dit in zijn brief, door te stellen dat men om die reden al geen nieuwe subsidies voor biomassa bijstook meer verstrekt. Ook hoogleraar bio-economie Martin Junginger ziet voor vrijwel alle toepassingen een toekomst voor biomassa, behalve elektriciteitsopwekking.

Biomassa in kolencentrales is maatschappelijk, financieel en uit transitieoogpunt onwaarschijnlijk

In het licht van de maatschappelijke weerstand, de signalen uit de wetenschap en hoe men in de politiek tegenover biomassa staat, lijkt een nieuwe toekomst voor de kolencentrales als biomassacentrales onwaarschijnlijk. De minister stelt dat de eigenaren van de nieuwe kolencentrales een steenkolenverbod hadden kunnen voorzien toen tot de bouw werd besloten. In dat kader nodigt het huidige beeld van biomassa niet uit tot opnieuw een dergelijke investeringsbeslissing, met het risico dat hier ook een verbod zal volgen.

Hierbij is bovendien het financiële aspect nog niet meegenomen. Frontier Economics onderzocht de overstap van de Rotterdamse MPP3-kolencentrale naar biomassa, en concludeerde dat de ombouwkosten en met name de brandstofkosten zodanig hoog zijn dat dit niet reëel is. Bovendien neemt de energie-efficiëntie bij verbranding van biomassa af. De Amercentrale van RWE is het verst met een omschakeling naar biomassa, maar zal ook de stap naar 100 procent zonder extra financiële steun waarschijnlijk nooit maken. De huidige bijstooksubsidies stoppen in 2027, en nieuwe subsidies kunnen al sinds 2018 niet meer worden aangevraagd.

Als het verbod op kolen volgende maand wordt ingevoerd, is het onwaarschijnlijk dat de kolencentrales een nieuw leven als biomassacentrales krijgen. De maatschappelijke en politieke weerstand is groot en er is financieel geen perspectief. Voor grootschalige elektriciteitsproductie zijn veel duurzame alternatieven, waar duurzame biomassa in andere sectoren soms juist de enige optie is. Het zou dan ook niet in lijn liggen met het Klimaatakkoord en het kabinetsbeleid, dat duurzame biomassa in voormalige kolencentrales verstookt gaat worden.

 

3 Responses to Biomassa in kolencentrales sluit niet aan bij gewenst biomassabeleid

  • subsidie voor biomassa is 12 miljard euro. voor wind op zee is geen subsidie nodig.
    wind op zee vervangt kolencentrales zonder subsidie. winst met wind op zee 12 miljard euro.
    biomassa is stikstof, zonder biomassa kunnen we 130 km blijven rijden.
    uitstoot biomassa is 10 %, besparing 100 km is 0,2%
    besteed 12 miljard voor boeren.
    12 miljard subsidie voor biomassa stikstof sluit niet aan bij stikstofbeleid.

  • in het kort
    biomassa is stikstof op de pof.
    net als PAS.

  • Veel dank namens de aardgasleveranciers uit het westen en oosten!

Geef een reactie