Vergisters maken van mest, slib en reststromen duurzame energie. Het product is methaan, en daarmee gelden op het terrein dezelfde regels als in de procesindustrie. Een overzicht van waar het risico bij gas zit en wat de wet vraagt.

Van reststroom naar gas
Biogas ontstaat wanneer organisch materiaal zonder zuurstof wordt afgebroken. Dat gebeurt in mestvergisters op agrarische bedrijven, in slibgistingstanks van rioolwaterzuiveringen en in installaties die reststromen uit de voedingsindustrie of gft-afval verwerken. Het gas bestaat grofweg voor de helft tot twee derde uit methaan. De rest is vooral kooldioxide, met kleine hoeveelheden zwavelwaterstof en waterdamp.
Het biogas wordt ter plaatse verbrand in een warmtekrachtinstallatie, of het wordt gezuiverd en opgewaardeerd tot groen gas dat het aardgasnet in gaat. In beide gevallen staat er op het terrein een installatie die een brandbaar gas produceert, opslaat en transporteert.
Waar een explosieve atmosfeer kan ontstaan
Methaan is ontsteekbaar bij een concentratie tussen ongeveer 5 en 15 procent in lucht. Een explosieve atmosfeer kan daardoor ontstaan op plaatsen waar biogas vrijkomt en zich met lucht mengt. Denk aan de gasopslag boven de vergister, de over- en onderdrukbeveiligingen, condensaatafvoeren, gasleidingen en blowers, de fakkel, de ruimte van de warmtekrachtinstallatie en de opwaardeerinstallatie.
Bij de ontvangst en opslag van mest en substraat speelt daarnaast zwavelwaterstof. Dat gas is brandbaar, maar vooral giftig, ook in lage concentraties. Welke plaatsen als gevarenzone gelden en hoe groot die zones zijn, verschilt per installatie. Dat volgt uit een beoordeling van de betreffende locatie, niet uit een standaardlijst.
Wat de wet vraagt
Zodra op de werkplek een explosieve atmosfeer kan ontstaan, gelden de bepalingen over explosieve atmosferen uit het Arbobesluit. De werkgever beoordeelt het explosierisico, deelt de gevarenzones in en legt dit vast in een explosieveiligheidsdocument, als onderdeel van de RI&E. Voor de zone-indeling bij gas wordt in Nederland veel gewerkt met de praktijkrichtlijn NPR 7910-1.
De zone bepaalt vervolgens welke apparatuur er gebruikt mag worden. In zone 0 is materieel van categorie 1 vereist, in zone 1 categorie 1 of 2, in zone 2 categorie 1, 2 of 3. Dat geldt voor de vaste installatie en ook voor alles wat mensen meenemen.
Drie aandachtspunten uit de praktijk
Onderhoud. Het openen van een vergister, het vervangen van een roerwerk of werk aan de gasleiding verandert de situatie tijdelijk. Zulke werkzaamheden horen thuis in een werkvergunning, met meten voor het betreden en een duidelijke afspraak over welke apparatuur mee naar binnen mag.
Draagbare apparatuur. Een gasdetector voor methaan en zwavelwaterstof is op de meeste installaties aanwezig. De telefoon, de tablet, de zaklamp en het meetinstrument van de monteur zijn vaak niet gecertificeerd. In een gevarenzone mag alleen apparatuur komen die voor die zone geschikt is. ATEXwinkel.nl beschrijft per segment van de energiesector, waaronder biogas en mestvergisters, welke apparatuur daarbij gangbaar is.
Aannemers en leveranciers. Voor de chauffeur die substraat lost en de monteur van de warmtekrachtinstallatie gelden dezelfde regels als voor eigen personeel. De exploitant blijft verantwoordelijk voor de instructie en het toezicht.
Klein bedrijf, zelfde regels
Veel vergisters worden geëxploiteerd door een agrarisch bedrijf of een kleine coöperatie, zonder eigen veiligheidskundige. De regels zijn dezelfde als in de industrie, alleen is de schaal kleiner. Het is daarom verstandig om voor de zone-indeling en het explosieveiligheidsdocument een deskundige in te schakelen, bij voorkeur al in de ontwerpfase. Aanpassingen aan ventilatie, elektrische installatie en apparatuur zijn op dat moment eenvoudiger en goedkoper dan achteraf.