Belangrijke warmtebron warmtenetten wordt door BENG-eisen buitenspel gezet

Op 11 juni stemde de ministerraad in met wijzigingen in het voorstel voor de nieuwe de BENG-eisen (Bijna Energieneutrale Gebouwen), die vanaf 1 juli 2020 voor alle nieuwbouw moeten gaan gelden. Eén van de discussiepunten is de manier waarop men restwarmte uit energiecentrales gaat meetellen, hier is echter niets in veranderd. Op dit moment vormt deze restwarmte via warmtenetten een belangrijk alternatief voor verwarming met een gasaansluiting, maar in de huidige concept-eisen wordt dit niet als duurzaam aangemerkt. Dit maakt deze optie voor nieuwbouw zeer onaantrekkelijk.

warmtenetten

Volgens de BENG-eisen moeten nieuwe gebouwen zo worden ontworpen dat ze (per saldo) vrijwel geen energie verbruiken, en wat ze verbruiken moet voor een belangrijk deel lokaal duurzaam zijn opgewekt. Op die manier moet een bijdrage worden geleverd aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland.

De drie BENG-indicatoren

De BENG-eisen zijn afgeleid van de Europese richtlijn voor energieneutraal bouwen, die voor alle EU-lidstaten geldt. De exacte invulling mag iedere lidstaat zelf bepalen. Vanaf 1995 gelden er in Nederland al regels voor de energie-efficiëntie van nieuwbouw in de vorm van de energieprestatiecoëfficiënt (EPC). Wegens de abstractie van één getal dat meerdere aspecten tegelijk moet uitdrukken wordt nu overgegaan naar drie concrete BENG-indicatoren. Deze indicatoren stellen eisen aan de maximaal benodigde energie (BENG 1), het maximale primaire fossiele energieverbruik (BENG 2) en het minimale aandeel hernieuwbare energie dat bij het gebouw wordt opgewekt (of via een warmtenet wordt geleverd (BENG 3). Voor de drie indicatoren geldt dat deze alleen gelden voor al het gebouw-gebonden energieverbruik (zoals verwarming, ventilatie), ze zijn niet van toepassing op het energieverbruik als gevolg van de specifieke activiteiten in het gebouw (zoals het gebruik van de droger of een zonnebank).

De eisen verschillen per functie (woning, kantoor, winkel, onderwijs, zorg) en per type (woonboot, woonwagen, etc.). Ter illustratie; voor een woongebouw geldt maximaal 65 kWh/m2 per jaar aan energiebehoefte (BENG 1), maximaal 50 kWh/m2 per jaar aan primair fossiel energieverbruik (BENG 2) en een minimaal aandeel van 40% hernieuwbare energie (BENG 3).

Niet alle restwarmte is volgens BENG gelijk

Tot eind 2018 werd restwarmte (en -koude) helemaal niet meegeteld als duurzame energie binnen de BENG-eisen, omdat de Europese richtlijn dit niet toeliet. Na herziening van deze richtlijn in december 2018 werd dit wel mogelijk, zodat in dit ook in het nieuwe concept voor de BENG-eisen is opgenomen. Wel geldt dat dit restwarmte moet zijn uit duurzame bron of waarvoor geen extra brandstof wordt ingezet.

Veel energiecentrales functioneren als warmte-krachtkoppeling (WKK), waar gelijktijdig elektriciteit en warmte wordt opgewekt. Bij het uitsluitend opwekken van elektriciteit komt namelijk een groot deel van de opgewekte energie vrij in de vorm van warmte. Een nuttig gebruik van deze restwarmte heeft de voorkeur boven het ongebruikt afvoeren met koelwater. Daarnaast kan ervoor worden gekozen om met een klein verlies aan elektriciteitsproductie een grote hoeveelheid warmte te maken, zo kan er bij veel centrales door het aftappen van 1 kWh elektriciteit wel 6 kWh warmte worden gemaakt. Zo wordt dezelfde brandstof veel efficiënter benut en gaat de efficiëntie van een gascentrale van 50-55% naar 80-85%.

Een stijgende vraag naar warmte betekent geen toename van uitstoot in de gehele sector, omdat elektriciteitscentrales onderdeel zijn van het Europese emissiehandelssysteem ETS. Voor uitstoot moeten certificaten worden gekocht, die daarna niet meer voor anderen beschikbaar zijn. Het maximum blijft zo gelijk, en wordt geleidelijk door de EU verlaagd.

Desondanks geldt deze restwarmte niet als duurzaam binnen de BENG-eisen, omdat de extra warmte ten koste gaat van een beetje elektriciteit. Dit houdt in dat als men deze restwarmte wil gebruiken in nieuwbouw, men een groot deel van deze gebruikte energie moet compenseren met andere hernieuwbaar opgewekte energie. Alle aangelegde middelen voor hernieuwbare opwekking kunnen dan in de praktijk beter direct gebruikt worden voor de energielevering aan het gebouw, in plaats van slechts als compensatiemiddel. Hierdoor wordt het gebruik van deze vorm van restwarmte als optie bij nieuwbouw buitenspel gezet.

Voorbeeld: Men wil een gebouw volledig verwarmen met restwarmte uit een gascentrale. Deze warmte geldt als niet-duurzaam, zodat er net zoveel zonnepanelen bij het gebouw geplaatst moeten worden totdat minimaal 40% (bij woongebouw) van de totale energie duurzaam wordt opgewekt. Als men toch deze zonnepanelen moet plaatsen, kan men beter meteen deze elektriciteit gaan gebruiken voor verwarming met een warmtepomp in plaats van een aansluiting op een warmtenet te realiseren.

Ongebruikte restwarmte, hogere kosten

Het uitsluiten van restwarmte uit WKK’s kan leiden tot een minder efficiënt gebruik van de nog noodzakelijke fossiele brandstoffen en tot hogere kosten voor nieuwbouw. Dit laatste kan weer gevolgen hebben voor het aantal gerealiseerde nieuwe woningen.

In 2018 bestond 15 procent van het totale elektriciteitsverbruik in Nederland uit hernieuwbare elektriciteit, de overige 85 procent werd nog met fossiele brandstoffen opgewekt. Hoewel de kolencentrales voor 2030 moeten sluiten, zullen gascentrales nog lang een belangrijke rol vervullen voor de leveringszekerheid. Tenzij de warmte die bij deze opwekking vrijkomt wordt benut, wordt een deel van deze opgewekte energie nutteloos met het koelwater afgevoerd.

Op dit moment zijn WKK’s juist een belangrijke warmtebron voor veel bestaande en geplande uitbreidingen van warmtenetten, omdat de kosten vaak lager liggen dan bij aanleg van warmtepompen. De BENG-eisen werden in november 2018 reeds verlaagd wegens deze kosten. Wanneer projectontwikkelaars alleen nog voor duurdere opties kunnen kiezen, kan dit ten koste gaan van het aantal gerealiseerde woningen. Door de toenemende bevolking zijn er ca. 75.000 nieuwe woningen per jaar nodig tot 2025, de afgelopen twee jaren werden er respectievelijk 63.000 en 66.000 woningen gerealiseerd.

 

Geef een reactie