Universiteit stelt eerste Duurzaamheidsrapport voor

Het eerste Duurzaamheidsrapport van de KU Leuven is een feit: een uitgebreide stand van zaken in de heel brede zin van het woord. Ingenieur Karel Van Acker doceert circulaire economie en is voorzitter van de Duurzaamheidsraad. Hij voert het woord namens een stuk of zestig collega’s die het rapport maakten: “Met dit in handen is duidelijk wat onze volgende stappen moeten zijn.”

Duurzaamheidsrapport

De vele voorbeelden uit het duurzaamheidsrapport geven alvast aan dat er heel wat mogelijk is. (Cartoon: © Joris Snaet. Afbeelding via nieuws.kuleuven.be )

Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de VN

Duurzaamheid ter harte nemen is meer dan zonnepanelen plaatsen en het gebruik van drinkbussen stimuleren, steekt professor Van Acker van wal. “Dat zijn heel zichtbare acties. Maar vele initiatieven gebeuren achter de schermen. En doordat ze zo verspreid zitten over verschillende faculteiten of diensten, is wat we doen meestal niet zo bekend.”

“Het gaat ook om veel meer dan alleen CO2-uitstoot verminderen: ook topics als gender, armoede, inclusief onderwijs en gezondheid komen aan bod. Kortom: alles wat verband houdt met de zeventien duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de VN. Bij de opmaak van het rapport stonden we er zelf verbaasd van hoeveel er al gebeurt. Daarom is het goed dat we nu dit overzicht hebben, en dat voor onze vier pijlers: onderzoek, onderwijs, maatschappelijke dienstverlening en interne bedrijfsvoering.”

Bachelors

Het hoofdstuk over onderwijs lijst opleidingen en vakken rond duurzaamheid op. “Daar zien we dat de aandacht voor duurzaamheid vooral geconcentreerd is in de masters. Denk bijvoorbeeld aan het Interdisciplinair College voor Duurzame Ontwikkeling, een lessenreeks voor hoofdzakelijk – maar niet uitsluitend – studenten ingenieurswetenschappen. Of service learning, een onderwijsvorm die klassikaal leren combineert met maatschappelijk engagement. Ondertussen worden er al vijftien service learning-cursussen aangeboden, zoals het vak ‘Arts voor de Wereld’ waarbij studenten uit de derde bachelor geneeskunde zich tijdens de zomervakantie inzetten voor kwetsbare groepen.”

“De Duurzaamheidsraad heeft besloten om nu ook op bachelorniveau meer aandacht te besteden aan duurzaamheid. Dat kan via vakken die raken aan dat thema. Bijvoorbeeld, bij een vak als materiaalkunde hoort ook een stuk over recyclage. Maar je hebt daarnaast expliciete vakken nodig die onze studenten de basiskennis over de wereldwijde uitdagingen meegeven.”

Alles in de juiste dimensie zien

Die basiskennis is een aandachtspunt in tijden van gepolariseerde debatten en fake news, vindt Van Acker. “Onze jonge mensen moeten de huidige problemen erkennen en met correcte kennis weten waar we staan. Maar tegelijk moeten ze alles in de juiste dimensie zien en nadenken over welke oplossingen mogelijk zijn. De vele voorbeelden uit het duurzaamheidsrapport geven alvast aan dat er heel wat mogelijk is.”

Als ingenieur voegt hij eraan toe: “Dat betekent ook dat het niet alleen van technologische vernieuwing zal komen. Je kan pleiten voor groene IT, die bijvoorbeeld minder materialen gebruikt. Maar als je weet dat laptops na drie jaar boekhoudkundig afgeschreven zijn en dus economisch geen waarde meer hebben, dan weet je dat ook dat aangepakt moet worden. Duurzame oplossingen zijn meestal een én-énverhaal, en geen of-ofverhaal.”

Interdisciplinair

Dezelfde aanpak uit zich niet alleen in het onderwijs, maar ook in onderzoek. “Duurzaamheid zou een vanzelfsprekend aspect van excellent onderzoek moeten zijn. Daarbij helpt het dat interdisciplinair werken meer bevorderd wordt, zoals nu al gebeurt via de interdisciplinaire instituten. Maar het mag nog meer stimulansen krijgen, net zoals het samenwerken met belanghebbenden uit de maatschappij: bijvoorbeeld via Leuven 2030, een platform van actoren die streven naar een klimaatneutrale stad.”

Duurzaamheidsrapport

“We mogen gerust onszelf en onze omgeving wat meer als laboratorium gebruiken: een mooi voorbeeld is een project dat onderzoekt hoe historische gebouwen in Brugge meer energie-efficiënt gemaakt kunnen worden.” Van Acker verwijst naar een renovatieproject van het woonerf ‘De Schipjes’ in Brugge, dat bestaat uit twaalf godshuizen gebouwd in 1908. De woningen energievriendelijk maken is niet zo eenvoudig, omdat het om historisch erfgoed gaat. De onderzoeksgroep Thermische Systeemsimulaties onder leiding van professor Lieve Helsen werkte samen met ingenieursbureau Boydens Engineering de mogelijke scenario’s voor warmtelevering uit. Maar ook het sociale aspect is belangrijk bij deze proeftuin: de huisjes worden bewoond door personen met een beperking en enkele senioren. Zij worden begeleid tijdens de renovatie en later ook verder opgevolgd.

Living lab

“Het is een voorbeeld van een living lab waarbij we verschillende methodes moeten uitwerken en uitproberen, in samenspraak met de mensen die er gebruik van zullen maken”, vervolgt Van Acker. “Want het is belangrijk te beseffen dat de beste aanpak kan verschillen van groep tot groep. Dat zie ik ook in mijn eigen vakgebied: neem nu deelauto’s. Daar ligt het anders voor wie in de stad, in de rand of op het platteland woont. Nogmaals, de duurzame oplossing zal een én-énverhaal zijn.”

“De universiteit is de plek bij uitstek waar je de creativiteit vanuit verschillende disciplines kan samenbrengen en waar je kan experimenteren met technologische innovaties in combinatie met maatschappelijke vernieuwingen of innovaties van bestuur en management. Wij hebben de samenleving op het vlak van duurzaamheid veel te bieden en dat moeten we waarmaken.”

Bron: Katholieke Universiteit Leuven 

 

Geef een reactie